Amerika: the Smart way

Bakkebaardenlunch

Amerikanen houden van Grrroot. Van heel erg compleet onnodig Grrroot. IJskasten hebben hier het standaardformaat van een bescheiden Afrikaans land, wasmachines dienen geopend te worden via de betere brandweerladder en een pak melk uit de supermarkt kan tevens met gemak gebruikt worden als danspartner tijdens al uw oefenavondjes tango. Grrroot is god. Ben je Amerikaan, dan doe, denk en wens je Grrroot. Dus.

Amerikanen houden tevens hartstochtelijk van auto’s. Hartstochtelijk hysterisch veel van auto’s. Mits die auto’s Grrroot zijn. Anders is het geen auto. Geen SUV? Geen auto. Geen laadbak? Geen auto. Geen wielen omvang tientonner? Geen auto. Alles van mindere omvang dan een vier bij vier is eigenlijk gewoon verdacht. Al-quada-esk verdacht. Uitdaging nodig? Probeert u dan vooral eens een Smart uit in dit land. Lief, klein Smartje, verbruik nul, achterbank nul, laadbak kantelt ‘ie van om, wieldiameter formaat fiets, plaats voor twee. Klein. Dus. Niet Grroot. Nee.

Nieuwsgierig naar het oneindige land dat Boston omgeeft wenst u meer te zien van de wijde wereld, en de wijde wereld, beste lezertjes, die begaat u het gerieflijkst te auto. Dus u huurt een vehikel, budgetingesteld in economy class (voor drankjes dient bijbetaald te worden) en pakt de picknickmand in om uw huppelend naar de verhuurder te begeven. Contractje getekend, zeventien agressieve volkomen overbodige verzekeringen gepareerd, en óp naar uw nieuwe beste vriend. En daar, te midden van al die duizenden Chevy’s, Fords en ander carrosseriegeweld staat hij dan: De Enige Smart In Amerika. Of toch De Enige Smart In De Behoorlijk Wijde Omtrek.  Onverstoorbaar stapt u over de parkeermannetjes heen die inmiddels massaal rollend over de grond toeterend van het lachen rondom uw Smart verzameld zijn. Ruimte genoeg, daar niet van, de parkeerplaats is voorzien voor een Egte Autoow. “Des noo karrr, des a tooo-hahaha-hooy”. Mocht u verlegen zitten om materiaal voor uw nieuwe stand up-comedy, rijd dan toch vooral een Smart het podium op. Vreest wel voor doden door oververhitting.

Eens de snelweg betreden, zal uw circusnummergehalte zeker niet afnemen. Bakkebaarden omvang douchemat staren u na vanuit hun kasteel-op-wielen met een blik die de emotie der verbijstering tot een geheel nieuw niveau tilt. Vermoedelijk eten de bakkebaarden hamburgers die het formaat Smart akelig dicht benaderen voor de lunch. Of als hartig tussendoortje. Hangt beetje van de appetijt van de bakkebaard af. Bij elke tolweg die u betreedt, loopt telkens het voltallig personeel uit om uw bolide met een jolige duw te testen op wegligging. Licht zeeziek dient u telkenmale aan te horen dat u uw leven riskeert in dit koekblik, dat is too klein to be an echte car. Snelwegreglementen worden geconsulteerd om na te gaan of u niet onder de staatswetgeving voor snorfietsen valt, die in dit land overigens nog voor WOI weggehoond zijn naar andere continenten.  Een Smart. Het moet niet gekker worden.

Maar nu Arabische dictators met zeven voor de prijs van één van de hand gaan, een vat olie inmiddels meer waard is dan deze natie nog in harde valuta in de schatkist heeft liggen en autofabrikanten amechtig aan het staatshandje worden gehouden, vreest De Bakkebaard voor het behoud van zijn geliefde vierwielgedreven droom. Wat als straks de olie op is of onbetaalbaar voor John with the Stetson? Wat als al die glimmende mijlenvreters hopeloos nutteloos aan de kant van de weg staan? Zal dat dan De Doorbraak voor de Smart betekenen? Zal dan het koekblik in de armen gesloten worden? Denkt u?

Nee. Mochten Amerikanen daadwerkelijk uit hun burgertanks verdreven worden, zal dat niet de doorbraak voor de Smart betekenen. Het zal evenmin de doorbraak zijn voor hybrides of ander eng groens. Mocht de dag aanbreken dat Amerikanen hun autotank niet langer met zwart goud kunnen vullen, dat zal de dag zijn dat u gewekt wordt door hoefgetrappel. Massaal oorverdovend hoefgetrappel. De kans dat een Amerikaan zich in een Smart wurmt, is even groot als de kans dat Charles ooit koning wordt. De kans dat een Amerikaan zijn oliegedreven pk’s verruilt voor de echte pk’s van weleer, echter, is vele malen groter. Zadel erop, en hopsa: on the road folks. Slaan die stetsons gelijk ook weer ergens op. Hiya.

Zelluf doen!

Ergens in Boston moet er toch eentje zitten. Ergens in deze stad moet toch een tentje te vinden zijn waar het nog kan. ERGENS toch? Verwoede zoekpogingen later begint de kans steeds kleiner te worden er nog één te vinden. Een plek waar u binnentreedt en niét direct een dienblad in de knuistjes dient te nemen om vervolgens, worstelend met een menukaart van bijbelse proporties met mysterieuze termen als tres latte, venti, light skimmed soy milk en ander culinaars, binnen drie-soms langer, soms langer!- vervliegende seconden een weloverwogen keuze dient te roepen naar de dertien mannetjes achter de toonbank om daarna volstrekt aan uw lot overgelaten te worden. Waar ik het over heb? Over zelluf doen!

Amerikanen schenen mij altijd al een verdacht efficiënt volk. En niks mis met efficiëntie, buiten het feit dan dat met efficiëntie alles mis is. Efficiënte lieden dienen ten alle tijden gemeden te worden want effo’s zijn dus fijn degelijk efficiënt maar tussendoor ook oh zo eng. Voor u het in de gaten heeft, hebben ze de verpleegster van uw omaatje vervangen door een tildevies, leerkrachten omgeschoold in lesverschaffende leerlingmanagers en uw koffiebarretje tot een oord waar De Zelfvoorzienende Klant is uitgeroepen tot Werknemer Van De Maand. Dus.

Goed. Met buitenluchttemperaturen die flirten met decimalen onder nul dient u uiteraard de Carmiggeliaanse innerlijke mens te verwarmen. Op queeste dus naar een Leuk Koffietentje. Zo één waar je in behaaglijke warmte een verkwikkende espresso kunt bestellen en mijmerend kunt staren naar de wereld die aan uw rustiek wankelende bistrotafeltje voorbij trekt. En omdat de espresso zo goed smaakt, en uw voeten nog niet geheel uit de winterteengevarenzone zijn, bestelt u er nog één, en misschien ook een vers glaasje jus d’orange, en dat allemaal bij de ietwat hooghartige edoch correcte ober die veel waarde hecht aan het protocol des ober. Dat merkt u namelijk aan de schilfertjes roos op zijn schouders en zijn onberispelijk geheugen voor bestellingen.

Ja. Inmiddels kan ik u met aan fundamentalistische zekerheid grenzende overtuiging bevestigen dat de hemel, Utopia, en een levende Elvis al tenminste één ding gemeen hebben met het bestaan van een ouderwetse koffiebar: het zijn alle hardnekkige verzinsels, hoe zeer u ook het tegendeel wenst. De koffiebar heden ten dagen is een Oord van Efficiëntie. En efficiëntie doodt Al Wat Leuk Is. Ja.

In de hedendaagse gemiddelde Bostonse koffietent gaat het als volgt: u maakt uw entree, u pakt een dienblad, u schuift in rij 1 aan, u meldt de gewenste spijs bij De Souffleur, een baan waarvan Melkert nog steeds droomt dat hij hem uitgevonden had, vervolgens meldt deze meneer uw keuze aan de menigte toonbankmannetjes, die vervolgens volstrekt niets doen buiten dan u doorverwijzen naar de locatie waar het door u gewenste klaar ligt. Van koffie tot sandwich: u doet het lekkaah zelluf.

Worstelend met een te hete beker viesch slootwater gecomplementeerd met een kip curry wrap waarvan de structuur wel wat wegheeft van bubble gum en de smaak het beste valt te omschrijven als Zeker Geen Kip Curry, duwt u zich door de tafeltjes en te hippe reusstoelen naar een vrij plekje, alwaar u, half verzwolgen door de schreeuwerig paarse sofa,  het liefst even wil grienen om het vergaan van het instituut der fijne koffiebar. En oh ja: voor een eventuele tweede koffie begeeft u zich dus weer naar rij 1. Uw foto van Werknemer van de Maand is zojuist ingelijst. Als u hem even zelf wilt ophangen?

U bent niet gaaf

Eenvoudige dingen aan de ene kant van de wereld zijn soms verdraaid ingewikkeld aan de andere kant. Neem een wandeling door de stad. In Nederland blijkt de burger uitermate verwend te zijn met de nationale wandelcondities. Bovendien wordt het toegejuicht de benen zoveel mogelijk te strekken, liefst dagelijks en liefst langdurig. Hier in Boston, toch gezien als The Most Walkable City Of The States, bent u een ondergeschikt specimen, een sta-in-de-weg van elke automobilist. Kortom: zodra u zich te voet begeeft naar uw doel, verlaagt u zich tot populariteitsniveau Kakkerlak.

Waar men in de meeste West-Europese steden zijn eigen moeder zou uitventen om het aantal auto’s in het stadscentrum te verminderen, komen Amerikanen wat dat betreft van een andere planeet. Het is niet zozeer zaak De Auto een strobreed in de weg te leggen, het is veel belangrijker al die wandelgekkies zo snel mogelijk in een four wheel drive te krijgen. Goed voor de economie, goed voor Amerika en goed voor god natuurlijk. De voetgangvandaaltjes zullen het geweten hebben.

Wenst u, om maar eens een voorbeeld te geven, van A naar B te voet te gaan, en heeft u via een simpel rekensommetje gebaseerd op afstand in kilometer per uur berekend dat u dat om en nabij 20 minuten gaat kosten, wel, dan zit u er de breedte van een grotere SUV naast. In uw eeuwige goedheid is u namelijk vergeten rekening te houden met De Stoplichten. De Stoplichten zijn een belangrijke factor in de strijd tegen de wandelgangers. Zo niet dé belangrijkste.

Bij elk kruispunt dat u zult over moeten, kunt u uw betere Gandhi-kwaliteiten maar best even afstoffen. Aangezien u vreemd bent in het land, en niet gelijk uw ware aard wil tonen van rood-licht-blinde, wacht u keurig tot het rode handje verandert in een helwit mannetje, dat stiekem wat wegheeft van een smurf met een scheve hernia. Minuten verstrijken. De wachttijd begint grotesk te worden, en u begint al lichtjes te twijfelen aan de houdbaarheidsdatum van uw Goede Gandhi Gedrag, maar overweegt dan maar het eerste het beste groene licht te gebruiken dat zich aanbiedt. Links of rechts, die weg moet over.

Dan blijkt dat rechtvaardigheid hier niet telt als je zo nodig moet wandelen. Terwijl het groene licht voor auto’s vlot van rood op groen springt, begint na vijf keer groen voor De Auto, en nul keer voor De Voetganger iets te dagen. Alle voetgangers op elke straathoek krijgen namelijk allemaal tegelijk groen. En de seconden worden aangegeven naast die kreupele smurf. Zodra De Seconden ingaan, breekt een ware Wedloop Op De Overkant uit. Mensen rennen met een verwilderde blik in de ogen van links naar rechts, dwars de straat over, bejaarden omver duwend, gillend dat er nog maar drie-twee-ééén seconden restten voor ze zullen worden terecht gewezen door het rode handje. En dat is onverbiddelijk. Rood voor de voetganger is ROOD VOOR DE VOETGANGER. Dus.

Onder de hardnekkigste en dapperste Bostonse wandelaars gaat het gerucht dat de gemeente van Boston de oversteektijd elke dag een fractie van een seconde verkort. Het verhaal gaat dat als het zo doorgaat, we aan het einde van de maand moeten zien over te steken in 2, 001 seconden. Perfect haalbaar, aldus het stadsbestuur. Het startschot mag u er zelf bij denken.

Bedreigde blijheid

The Charles River, wat bevrorener dan gebruikelijk.

Simpelweg gelukkig zijn, de lokale Hart van Nederlandertjes weten wel hoe dat moet. Blozende reporters gehuld in skipakken-uit-één stuk, met bontkragen waar minstens drie seizoenen eland in verwerkt zijn, staan hysterisch blij kou te kleumen voor de camera’s die overal in Boston en omgeving keurig in de diepsneeuw zijn geplant.

Ja. Want we hebben Echt Kei Hard Winterweer. En daar worden ze dus heel blij van bij Bostons lokale Channel 7. Opperblijert is reporter Ryan. Ryan staat elke ochtend de onwaarschijnlijke witheid zijner tanden te meten met het witte landschap waar hij zich heeft opgesteld. Roepend naar John, zijn cameraman, van wie gezegd wordt dat hij één van de weinige vakmannen is die zijn werk tevens huppelend tot een uitstekend resultaat weet te brengen, klimt Ryan de zoveelste sneeuwhoop op, roepend dat dít, nee, DIT toch echt wel ongehoord veel sneeuw is. Ongehoorder nog dan gisteren. ‘Weet u nog’, roept Ryan blij naar de kijkertjes, ‘toen ik zei dat het zo ongehoord véél sneeuw was?’ Nee, nee, NU is het dus ongehoord. Jeetje, wát een sneeuw.

Echter, zelfs Ryan kreeg zowaar in de smiezen dat dagen onophoudelijk sneeuwstanden de lokale huiskamers in toeteren niet tot het einde der tijden door kon gaan. Daarom was het vanochtend dan ook reuze spannend wat Ryan ons nu dan weer moest komen vertellen. Maar Ryan is niet zomaar een opperblijert, Ryan is DE opperblijert. Dus Ryan sprong vanochtend met een Bontkraag Omvang Ryan het beeld in, haalde diep adem, en riep… SLEET! Sleet! Sleeeeeeeeeeeeeeeeeeeeet!

Dus. Sleet. Ja. Sleet is vies. Sleet is iets tussen ijsregen en ordinaire motregen in, maar noemt u het vooral géén ijzel, want dan trap je Ryan op zijn tere zieltje. En die jongen doet heus zijn best. Want Ryan ziet het dus weer net he-le-maal zitten. De komende dagen mag hij weer met zijn maatje John de wijde wereld in, de kijkers thuis tonend hoe ONGEHOORD VEEL sleet er daar, net waar HIJ staat, toch weer gevallen is. Volgens Ryan, de schat, houden de sleetbuien zeker nog tot eind februari aan. U had zijn tanden moeten zien blikkeren, toen hij dát zei. Ryans blijheid is echter in gevaar. Want volgens de weervrouw van CNN zit er wel degelijk lente in de lucht. En van lente, nee, daar wordt Ryan dus niet blij van. Echt. Niet. Blij. Ach.