Samuel: een verhaal in acht delen I

De zware overgordijnen lieten nauwelijks licht toe in de kleine kamer. Samuel lag op het bed met een sprei vol vlekken dat bijna net zo breed was als de hele ruimte. Gedempte geluiden van buiten drongen de kamer binnen. Op straat trok een menigte voorbij die protesteerde tegen de regering. Tegen de notoire corruptie. Tegen het wijdvertakte cliëntelisme. Tegen smeergeld, doofpotaffaires en monsterbezuinigingen. In dit land kon je elke dag de straat wel op gaan en elke dag een andere slogan scanderen. Veel zin had het niet, het systeem was zo door en door corrupt dat wanneer er al een verandering van de macht kwam, de nieuwe machthebbers niet wisten hoe snel ze de manieren van hun gehate voorgangers over moesten nemen. Samuel zuchtte. Hij was midden in de nacht geland op het lokale vliegveld net buiten de stad en had vrijwel niet geslapen. Om twaalf uur moest hij in het centrum zijn om zijn opdrachtgever te ontmoeten. Hoewel het nog geen negen uur was, zweette hij al hevig. Het klimaat hadden ze hier ook al niet mee.

Samuel kleedde zich aan. Zijn koffer had hij de dag ervoor met zorg ingepakt. Geen persoonlijke eigendommen die hem konden verraden mocht hij opgepakt worden. Zijn kleding was neutraal zakelijk, antracietgrijze pakken en vier witte overhemden. Een das in bordeauxrood en een bijpassend pochet. Een mat grijs polshorloge, ondergoed net nieuw uit de verpakking. Van alle stukken had hij de labels verwijderd. Alles kon je verraden, en hij was getraind het risico tot een minimum te beperken. Zijn haar kamde hij strak naar achteren met pommade die hij de vorige keer dat hij in de stad was had gekocht. Het was het spul dat alle mannen van boven de veertig hier in hun haar deden. Het gaf hem een herkenbare look, onopvallend, niets-aan-de-hand-dagelijks. Zijn trouwring had hij thuisgelaten.

In de ontbijtzaal van het hotel was het licht kapot. Een tl-buis in de keuken gaf de ruimte een blauwig schijnsel. De serveerster zag er vermoeid uit, maar had de onmiskenbare charme die veel vrouwen hier schijnbaar moeiteloos uitstraalden. Haar dikke haar had ze in een knot laag in haar nek gebonden. Subtiele pareloorbellen benadrukten haar licht gebruinde huid. Ze knikte hem vriendelijk toe, en zette een mandje afbakbroodjes op zijn tafeltje. ‘Cafè?’. Samuel glimlachte en knikte. Ongewild raakten hun handen elkaar toen ze bestek voor hem neerlegde. Geschrokken stapte ze achteruit. ‘Excuses’, fluisterde Samuel. Een man in de hoek had zijn krant laten zakken. Samuel hapte in een broodje, kauwend staarde hij de man aan. Nooit laten zien dat je bang bent, angst geeft anderen macht over je. Les 1 uit het handboek. Samuel kende geen angst. Handboek of niet.

Na het ontbijt tikte hij op het belletje op de receptie. Om zijn cover op te bouwen, deed hij zich voor als doorsnee toerist. Hij besefte dat zijn kleding eigenlijk te keurig was om voor toerist door te gaan, maar uit ervaring wist hij dat je als toerist het minste argwaan wekte. Bovendien droeg hij ook kostuums als hij echt op vakantie was. Zijn vrouw Liza had hem daar vaak genoeg mee uitgelachen. Met veertig graden was hij de enige bezoeker van het Colosseum in driedelig Hugo Boss. Samuel kon niet tegen alle naaktheid die samen scheen te horen met massatoerisme. Wit vlees dat boven broekbanden deinde, te strakke goedkope t-shirts met stompzinnige opschriften. Dikkige kleine meisjes met ‘hot girl’ op hun bolle buikjes, jongetjes van nog geen vijf met te veel gel in hun stekeltjes. Middelbare vrouwen op slippers met gele eeltvoeten en kalknagels. En iedereen behangen met de onvermijdelijke rugtassen, liefst op de buik gedragen. Samuel hield zich er met overgave verre van, maar om zijn vrouw een plezier te doen ging hij af en toe mee naar de ‘highlights’ om daarna weer snel de schaduw van een bar in te vluchten ver van de toeristische hordes.

De hoteleigenaar kwam achter een gordijn tevoorschijn. De man had de dienstverlenende glimlach op zijn gezicht gebeiteld staan, maar Samuel was op zijn hoede. De overheid zette vaak hun mannetjes neer in de hotels waar veel buitenlanders kwamen. Na het obligate welkomstwoord legde de man een papieren plattegrond op de balie. Vragend keek hij Samuel aan. ‘Waar wenst señor heen te gaan op deze prachtige dag?’. Samuel keek naar de kaart, ergens in het midden van het centrum was een uitkijktoren die vlakbij het adres stond waar hij zijn moest. Zo kon hij zonder verdacht te zijn een taxi vragen hem in die buurt af te zetten. ‘Hoeveel kost een toegangsticket?’, vroeg Samuel. ‘Gratis voor buitenlandse vrienden! Dit land is goedkoop, amigo, zolang je maar niet hier geboren bent!’. Samuel lachte met de man mee. Zijn bruine gebit verraadde een jarenlange verslaving aan de lokale tabak en zijn adem deed vermoeden dat de vijf permanent in zijn klok zat. ‘En gezelschap? Heeft señor gezelschap nodig? Een man alleen is ook maar niks en de vrouwen hier zijn de mooiste van de wereld. Bovendien: ook al niet duur voor onze buitenlandse vrienden!’, en de man knikte naar de serveerster van het ontbijt. Samuel voelde zich opgelaten. De vrouw keek hen ijzig aan en verdween in de keuken. Hij pakte de plattegrond van de balie en vouwde hem op. Het aanbod om een taxi voor hem te bellen sloeg hij af. Als de eigenaar inderdaad een spion was, had hij ongetwijfeld connecties in de taxiwereld. Nog zo’n handboekles: vertrouw niemand, en zeker niet de taxichauffeur.

WORDT VERVOLGD