Samuel: een verhaal in acht delen II

Samuel stapte de straat op waar de zon onbarmhartig op hem neer scheen. Het hotel was gelegen in de studentenwijk van de stad en de meeste barretjes hadden de rolluiken nog naar beneden. Overal waar Samuel keek zag hij graffiti. Leuzen van protest, scabreuze teksten en tekeningen van naakte vrouwen. Op meeste rolluiken plakten flarden van oude posters die reclame maakten voor concerten. Hier en daar hingen geprinte papieren waarop iemand hulp vroeg bij het vinden van een kamer of lessen Engels aanbood. Het rook er naar pis.

Samuel liep de straat uit op zoek naar een drukkere hoek waar hij hoopte een toevallige taxi aan te kunnen houden. Hoe meer toeval hoe veiliger, waarschijnlijk werd hij al gevolgd. De man bij het ontbijt had hem achterdochtig gemaakt, nog achterdochtiger dan hij van nature was. Maar misschien had hij van de hele man niets te vrezen en was het juist de serveerster waar hij alert voor moest zijn. Maar er was iets met deze vrouw wat Samuel haar blind deed vertrouwen. Een houding, een bijna onzichtbare vorm van protest voor wie niet wist waar hij op moest letten. Samuel had het vaker gezien bij de vrouwen in dit land: een blik in hun ogen die verdriet verraadde maar ook onverzettelijkheid. Ze waren misschien ooit opgepakt en gemarteld of hun geliefden waren spoorloos verdwenen, maar deze vrouwen waren niet bang meer. Hun blik sneed dieper, er zat spot in, ze zagen de man voor hen voor wat hij echt was: een verrader of een medestander. Aan de overkant passeerde een taxi, Samuel floot op zijn vingers.

De taxichauffeur stopte aan de rand van het plein waar een grote massa mensen op de been was. Aan de overkant kon Samuel de uitkijktoren zien. Hij betaalde de chauffeur en stapte uit. De man was een immigrant uit het nog armere buurland. Daar had Samuel niets van te vrezen, zelfs de geheime dienst was vies van deze vluchtelingen. Hij had hem een flinke fooi gegeven, Samuel wist wat het was om als paria te moeten leven. Hij stapte het plein op, en kocht bij een kiosk een Engelse krant en sigaretten. In dit land rookte iedereen met overgave, alsof ze massaal bezig waren met latente su├»cide. Midden op het plein stond een man verkleed als het Vrijheidsbeeld stokstijf op een podium. Een groepje toeristen maakte foto’s en gooide muntjes naar hem. Overal om Samuel heen klonk het gespetter van scooters en getoeter van auto’s. Eerst naar de uitkijktoren.

Bij de kassa vroeg Samuel om een ansichtkaart met een foto van het plein en de toren. Deze zou hij vanmiddag nog op de bus doen naar zijn eigen adres. Hij zou hem richten aan familie Singer, hoewel hij nog de enige was die op het adres woonde. Maar als toerist wist hij wat er van hem verwacht werd. Samuel ging in de rij staan voor de uitkijktoren, het was al de derde keer dat hij het ding op ging maar wennen deed het nooit. Als er al iets was wat hem van zijn stuk kon brengen, was het hoogte. Samuel stond achter een familie Spanjaarden. De vader had een kind op zijn nek en de moeder deelde koekjes uit. Het waren chocoladekoekjes, de vader kreeg een bruine veeg over zijn voorhoofd vlak voordat ze de lift instapten.

Weer beneden op het plein was het bijna tijd voor zijn afspraak. Samuel haalde de plattegrond uit zijn binnenzak en vouwde hem in zijn geheel open. Met een peinzende blik begon hij in de richting van zijn afspraak te lopen, de kaart breed voor zich uit houdend. Eenmaal hij van het plein een donker steegje in stapte, borg hij de kaart weer op. Het was er aangenaam kil in de schaduw en zelfs een beetje vochtig. Achter de ramen van een restaurantje klonk pannengekletter, de geur deed zijn maag knorren. Na zijn afspraak zou hij eten bij een beruchte toeristenval. Met spijt liep hij langs het zaakje. Hij wist hoe heerlijk het eten hier kon zijn, maar hij zou noodgedwongen een te vette pizza eten die naar ketchup zou smaken.

WORDT VERVOLGD