Zelluf doen!

Ergens in Boston moet er toch eentje zitten. Ergens in deze stad moet toch een tentje te vinden zijn waar het nog kan. ERGENS toch? Verwoede zoekpogingen later begint de kans steeds kleiner te worden er nog één te vinden. Een plek waar u binnentreedt en niét direct een dienblad in de knuistjes dient te nemen om vervolgens, worstelend met een menukaart van bijbelse proporties met mysterieuze termen als tres latte, venti, light skimmed soy milk en ander culinaars, binnen drie-soms langer, soms langer!- vervliegende seconden een weloverwogen keuze dient te roepen naar de dertien mannetjes achter de toonbank om daarna volstrekt aan uw lot overgelaten te worden. Waar ik het over heb? Over zelluf doen!

Amerikanen schenen mij altijd al een verdacht efficiënt volk. En niks mis met efficiëntie, buiten het feit dan dat met efficiëntie alles mis is. Efficiënte lieden dienen ten alle tijden gemeden te worden want effo’s zijn dus fijn degelijk efficiënt maar tussendoor ook oh zo eng. Voor u het in de gaten heeft, hebben ze de verpleegster van uw omaatje vervangen door een tildevies, leerkrachten omgeschoold in lesverschaffende leerlingmanagers en uw koffiebarretje tot een oord waar De Zelfvoorzienende Klant is uitgeroepen tot Werknemer Van De Maand. Dus.

Goed. Met buitenluchttemperaturen die flirten met decimalen onder nul dient u uiteraard de Carmiggeliaanse innerlijke mens te verwarmen. Op queeste dus naar een Leuk Koffietentje. Zo één waar je in behaaglijke warmte een verkwikkende espresso kunt bestellen en mijmerend kunt staren naar de wereld die aan uw rustiek wankelende bistrotafeltje voorbij trekt. En omdat de espresso zo goed smaakt, en uw voeten nog niet geheel uit de winterteengevarenzone zijn, bestelt u er nog één, en misschien ook een vers glaasje jus d’orange, en dat allemaal bij de ietwat hooghartige edoch correcte ober die veel waarde hecht aan het protocol des ober. Dat merkt u namelijk aan de schilfertjes roos op zijn schouders en zijn onberispelijk geheugen voor bestellingen.

Ja. Inmiddels kan ik u met aan fundamentalistische zekerheid grenzende overtuiging bevestigen dat de hemel, Utopia, en een levende Elvis al tenminste één ding gemeen hebben met het bestaan van een ouderwetse koffiebar: het zijn alle hardnekkige verzinsels, hoe zeer u ook het tegendeel wenst. De koffiebar heden ten dagen is een Oord van Efficiëntie. En efficiëntie doodt Al Wat Leuk Is. Ja.

In de hedendaagse gemiddelde Bostonse koffietent gaat het als volgt: u maakt uw entree, u pakt een dienblad, u schuift in rij 1 aan, u meldt de gewenste spijs bij De Souffleur, een baan waarvan Melkert nog steeds droomt dat hij hem uitgevonden had, vervolgens meldt deze meneer uw keuze aan de menigte toonbankmannetjes, die vervolgens volstrekt niets doen buiten dan u doorverwijzen naar de locatie waar het door u gewenste klaar ligt. Van koffie tot sandwich: u doet het lekkaah zelluf.

Worstelend met een te hete beker viesch slootwater gecomplementeerd met een kip curry wrap waarvan de structuur wel wat wegheeft van bubble gum en de smaak het beste valt te omschrijven als Zeker Geen Kip Curry, duwt u zich door de tafeltjes en te hippe reusstoelen naar een vrij plekje, alwaar u, half verzwolgen door de schreeuwerig paarse sofa,  het liefst even wil grienen om het vergaan van het instituut der fijne koffiebar. En oh ja: voor een eventuele tweede koffie begeeft u zich dus weer naar rij 1. Uw foto van Werknemer van de Maand is zojuist ingelijst. Als u hem even zelf wilt ophangen?