Samuel: een verhaal in acht delen IV

Samuel stak het plein over richting de kathedraal. Hij had besloten om daar in relatieve rust de inhoud van de envelop te bekijken. De meeste toeristen lieten de kathedraal links liggen of kochten ansichtkaarten met een afbeelding van de kerk erop bij de kraampjes die met kleurrijke luifels afstaken tegen het grijze gebouw. Binnen trof Samuel slechts een aantal hoogbejaarde vrouwen aan die aan het bidden waren. Hun benige handen hielden ze samengevouwen voor hun gerimpelde gezichten, wiegend murmelden ze een voor mensenoren onverstaanbare tekst.

Samuel ging op een kerkbank zitten vlak onder het spreekgestoelte. In het schaarse licht haalde hij de inhoud uit de envelop en legde deze zorgvuldig naast zich neer. Een bundeltje bankbiljetten, een kopie van iemands paspoort en een foto van een man in de twintig op een scooter. Onderin vond Samuel een kort getypt briefje met de woorden: ‘Arturo Santoz Rodriguez, Calle de Gaztambide 231 A.’ Eronder stond in een hakerig handschrift een telefoonnummer gekrast. Arturo was Samuels echte contact, Helena was slechts een stroman. In landen als deze waar de oorlog nog elke dag voortsleepte waren rookgordijnen onontkomelijk.

Samuel wist dat Helena’s familie rijk was en dat haar grootvader en vader allebei gediend hadden op verschillende posten in de regering. Helena had hierdoor een solide cover, maar ook zij moest iemand als Samuel inroepen om de laatste losse eindjes te regelen. Voor zover Samuel wist was Helena nog nooit in de problemen gekomen met haar dubbelleven. Het hielp wellicht dat vele mannen met invloed zich maar al te graag door haar lieten gebruiken. En Samuel vermoedde ook dat Helena een dossier had van elke bedpartner die dreigde op te gaan spelen. Elke man die iets betekende in dit land was keurig getrouwd met een meisje uit een goede katholieke familie. Een schandaal was makkelijk te regelen en moeilijk af te schudden. Helena zelf was altijd single gebleven.

De eerste keer dat Samuel Helena had ontmoet waren ze allebei prille twintigers geweest. Hij was zijn vaderland ontvlucht om de grijsheid van de oorlogsjaren van zich af te schudden. Zonder een plan of geld op zak was hij vertrokken naar een oord waarvan hij hoopte dat de zon er uitbundig scheen en de drank er goedkoop was. Na maanden van omzwervingen en losse baantjes belandde hij in deze stad. Een toenmalig vriendinnetje verschafte hem onderdak in de buitenwijk waar ze met haar familie woonde. Samuel leerde er niet alleen de taal spreken maar ook dat een oorlog niet per se met wapens gevoerd hoeft te worden. De familie van het meisje was actief in het ondergrondse verzet. ‘s Avonds ging Samuel met zijn liefje mee de barretjes af om illegale stencils te verspreiden en te luisteren naar opruiende speeches tegen de militaire junta in achterafzaaltjes. Hij had het prachtig gevonden en voelde zich een echte revolutionair.

Met volle teugen genoot Samuel van de spanning van de op handen zijnde revolutie en de seksuele energie die daarmee gepaard scheen te gaan. Nog nooit in zijn leven had hij met zoveel verschillende mensen het bed gedeeld, en zijn geliefde deed niet voor hem onder. Eeuwig had Samuel zo door willen gaan, dit was heel wat anders dan de grauwe oorlogsjeugd die hij had gekend. Toen had hij vooral honger geleden en was het altijd koud geweest. Samuel wist natuurlijk wel dat de revolutie ook hier ellende bracht, maar hijzelf had daar geen enkele last van. Tot op de ochtend dat zijn vriendin verdween en in de dagen daarna razzia’s de buurt teisterden waarin hij woonde met zijn kameraden. Hele families verdwenen van de ene op de andere dag, Samuel wist de dans alleen maar te ontspringen doordat hij toevallig buiten de stad verbleef en pas veel later hoorde van de verdwijningen.

Zijn redding was Helena, bij wie hij in haar families villa aan de kust logeerde. Zij vertelde hem wat er was gebeurd en verbood hem ooit nog terug te keren naar de stad. Diezelfde week reisde hij terug naar zijn vaderland. Armer en eenzamer dan ooit, maar vastberaden terug te keren en te vechten voor zijn kameraden. Samuel had woord gehouden.

Samuel: een verhaal in acht delen III

De bar waar Samuel zijn moest lag achter de kathedraal, aan een plein met platanen. Het zonlicht viel in blokjes op de straatstenen. De kroeg was één van de oudste van de stad en Samuel was er vaak geweest tot diep in de nacht. Maria, de barvrouw, kende hem, maar wist wel beter dan dat te laten merken toen hij de zaak binnenstapte. Hij sprak er graag af omdat hij wist dat iedereen die er werkte te vertrouwen viel. Maria had wel eens tegen hem gezegd dat het verzet haar zaak personeel kostte: om de haverklap zat er weer een ober vast of was de chef spoorloos verdwenen.

In een hoek achter een pilaar had Samuel haar al zien zitten. Ze was ravissant maar de tijd dat hij daar gevoelig voor was, lag ver achter hem. Haar zwarte haar droeg ze in een staart en haar groene ogen keken hem staalhard aan. ‘Dag Helena, lang niet gezien’. Ze glimlachte en stak haar hand uit. Koel en droog, perfect gemanicuurd. ‘Je bent oud geworden, is je vrouw bij je weg?’. Samuel negeerde haar vraag en ging zitten. Naar de barvrouw riep hij zijn bestelling door, hij moest snel nadenken. Hoe wist Helena dat zijn vrouw hem had verlaten? Was het toeval of daagde ze hem uit? Niemand had hij verteld dat Liza sinds vorige maand was verdwenen. Helena kon het logischerwijs onmogelijk weten, hij had geen vrienden aan wie hij iets toevertrouwde en zijn ouders waren al jaren dood. Hij keek naar zijn handen, elke trilling kon hem verraden.

Glimlachend keek hij haar recht aan: ‘We zijn gelukkiger dan ooit, dat is extreem vermoeiend, maar daar weet jij alles van af, non?’. Helena zei niets, maar haar uitdrukking bezorgde hem rillingen. ‘Enfin! Laten we zaken bespreken. Jij bent hier vandaag aangekomen? Wij willen graag dat je voor het einde van de dag contact legt.’ En zonder nog iets te zeggen schoof ze een witte envelop over tafel naar Samuel toe, stond op en wiegde de zaak uit. Haar lange benen waren gebruind, ze rook naar een dure geur. Samuel zou haar waarschijnlijk nooit meer zien, of ze stond ineens weer voor zijn neus. Dat wist je bij Helena nooit. Samuel wist er alles van.

Hij stond op en liep naar de bar. De barvrouw zette zijn favoriete bier voor hem neer. ‘Van het huis, omdat je er nog bent’. Samuel lachte. Het was fijn ergens in de wereld een plek te hebben waar hij zich thuis voelde. In zijn eigen huis was dat nooit zo geweest, Liza had waarschijnlijk al jaren een ander. De laatste keren dat ze ‘s avonds niet meer thuis kwam, verzon ze zelfs geen excuus meer. Samuel had al haar minnaars brieven gevonden maar ook daar reageerde Liza niet op. En Samuel liet haar gaan, zonder haar redde hij het ook wel. Dat had hij altijd gedaan. Maria deed een schoon schort voor en liep de keuken in. Zonder afscheid te nemen ging Samuel op pad. Maria zou hij zeker nog spreken voor hij de stad weer verliet. Maria. Als het aan hem lag, zou hij bij haar blijven, en gelukkig zijn als kok in haar piepkleine keukentje. Maar Maria had hem meer dan eens afgewezen, en Samuel wist ook wel dat hem dat geluk niet gegund was. Bovendien viel Maria op vrouwen, ook al bestond dat in dit land officieel niet.

Samuel: een verhaal in acht delen II

Samuel stapte de straat op waar de zon onbarmhartig op hem neer scheen. Het hotel was gelegen in de studentenwijk van de stad en de meeste barretjes hadden de rolluiken nog naar beneden. Overal waar Samuel keek zag hij graffiti. Leuzen van protest, scabreuze teksten en tekeningen van naakte vrouwen. Op meeste rolluiken plakten flarden van oude posters die reclame maakten voor concerten. Hier en daar hingen geprinte papieren waarop iemand hulp vroeg bij het vinden van een kamer of lessen Engels aanbood. Het rook er naar pis.

Samuel liep de straat uit op zoek naar een drukkere hoek waar hij hoopte een toevallige taxi aan te kunnen houden. Hoe meer toeval hoe veiliger, waarschijnlijk werd hij al gevolgd. De man bij het ontbijt had hem achterdochtig gemaakt, nog achterdochtiger dan hij van nature was. Maar misschien had hij van de hele man niets te vrezen en was het juist de serveerster waar hij alert voor moest zijn. Maar er was iets met deze vrouw wat Samuel haar blind deed vertrouwen. Een houding, een bijna onzichtbare vorm van protest voor wie niet wist waar hij op moest letten. Samuel had het vaker gezien bij de vrouwen in dit land: een blik in hun ogen die verdriet verraadde maar ook onverzettelijkheid. Ze waren misschien ooit opgepakt en gemarteld of hun geliefden waren spoorloos verdwenen, maar deze vrouwen waren niet bang meer. Hun blik sneed dieper, er zat spot in, ze zagen de man voor hen voor wat hij echt was: een verrader of een medestander. Aan de overkant passeerde een taxi, Samuel floot op zijn vingers.

De taxichauffeur stopte aan de rand van het plein waar een grote massa mensen op de been was. Aan de overkant kon Samuel de uitkijktoren zien. Hij betaalde de chauffeur en stapte uit. De man was een immigrant uit het nog armere buurland. Daar had Samuel niets van te vrezen, zelfs de geheime dienst was vies van deze vluchtelingen. Hij had hem een flinke fooi gegeven, Samuel wist wat het was om als paria te moeten leven. Hij stapte het plein op, en kocht bij een kiosk een Engelse krant en sigaretten. In dit land rookte iedereen met overgave, alsof ze massaal bezig waren met latente suïcide. Midden op het plein stond een man verkleed als het Vrijheidsbeeld stokstijf op een podium. Een groepje toeristen maakte foto’s en gooide muntjes naar hem. Overal om Samuel heen klonk het gespetter van scooters en getoeter van auto’s. Eerst naar de uitkijktoren.

Bij de kassa vroeg Samuel om een ansichtkaart met een foto van het plein en de toren. Deze zou hij vanmiddag nog op de bus doen naar zijn eigen adres. Hij zou hem richten aan familie Singer, hoewel hij nog de enige was die op het adres woonde. Maar als toerist wist hij wat er van hem verwacht werd. Samuel ging in de rij staan voor de uitkijktoren, het was al de derde keer dat hij het ding op ging maar wennen deed het nooit. Als er al iets was wat hem van zijn stuk kon brengen, was het hoogte. Samuel stond achter een familie Spanjaarden. De vader had een kind op zijn nek en de moeder deelde koekjes uit. Het waren chocoladekoekjes, de vader kreeg een bruine veeg over zijn voorhoofd vlak voordat ze de lift instapten.

Weer beneden op het plein was het bijna tijd voor zijn afspraak. Samuel haalde de plattegrond uit zijn binnenzak en vouwde hem in zijn geheel open. Met een peinzende blik begon hij in de richting van zijn afspraak te lopen, de kaart breed voor zich uit houdend. Eenmaal hij van het plein een donker steegje in stapte, borg hij de kaart weer op. Het was er aangenaam kil in de schaduw en zelfs een beetje vochtig. Achter de ramen van een restaurantje klonk pannengekletter, de geur deed zijn maag knorren. Na zijn afspraak zou hij eten bij een beruchte toeristenval. Met spijt liep hij langs het zaakje. Hij wist hoe heerlijk het eten hier kon zijn, maar hij zou noodgedwongen een te vette pizza eten die naar ketchup zou smaken.

WORDT VERVOLGD

Samuel: een verhaal in acht delen I

De zware overgordijnen lieten nauwelijks licht toe in de kleine kamer. Samuel lag op het bed met een sprei vol vlekken dat bijna net zo breed was als de hele ruimte. Gedempte geluiden van buiten drongen de kamer binnen. Op straat trok een menigte voorbij die protesteerde tegen de regering. Tegen de notoire corruptie. Tegen het wijdvertakte cliëntelisme. Tegen smeergeld, doofpotaffaires en monsterbezuinigingen. In dit land kon je elke dag de straat wel op gaan en elke dag een andere slogan scanderen. Veel zin had het niet, het systeem was zo door en door corrupt dat wanneer er al een verandering van de macht kwam, de nieuwe machthebbers niet wisten hoe snel ze de manieren van hun gehate voorgangers over moesten nemen. Samuel zuchtte. Hij was midden in de nacht geland op het lokale vliegveld net buiten de stad en had vrijwel niet geslapen. Om twaalf uur moest hij in het centrum zijn om zijn opdrachtgever te ontmoeten. Hoewel het nog geen negen uur was, zweette hij al hevig. Het klimaat hadden ze hier ook al niet mee.

Samuel kleedde zich aan. Zijn koffer had hij de dag ervoor met zorg ingepakt. Geen persoonlijke eigendommen die hem konden verraden mocht hij opgepakt worden. Zijn kleding was neutraal zakelijk, antracietgrijze pakken en vier witte overhemden. Een das in bordeauxrood en een bijpassend pochet. Een mat grijs polshorloge, ondergoed net nieuw uit de verpakking. Van alle stukken had hij de labels verwijderd. Alles kon je verraden, en hij was getraind het risico tot een minimum te beperken. Zijn haar kamde hij strak naar achteren met pommade die hij de vorige keer dat hij in de stad was had gekocht. Het was het spul dat alle mannen van boven de veertig hier in hun haar deden. Het gaf hem een herkenbare look, onopvallend, niets-aan-de-hand-dagelijks. Zijn trouwring had hij thuisgelaten.

In de ontbijtzaal van het hotel was het licht kapot. Een tl-buis in de keuken gaf de ruimte een blauwig schijnsel. De serveerster zag er vermoeid uit, maar had de onmiskenbare charme die veel vrouwen hier schijnbaar moeiteloos uitstraalden. Haar dikke haar had ze in een knot laag in haar nek gebonden. Subtiele pareloorbellen benadrukten haar licht gebruinde huid. Ze knikte hem vriendelijk toe, en zette een mandje afbakbroodjes op zijn tafeltje. ‘Cafè?’. Samuel glimlachte en knikte. Ongewild raakten hun handen elkaar toen ze bestek voor hem neerlegde. Geschrokken stapte ze achteruit. ‘Excuses’, fluisterde Samuel. Een man in de hoek had zijn krant laten zakken. Samuel hapte in een broodje, kauwend staarde hij de man aan. Nooit laten zien dat je bang bent, angst geeft anderen macht over je. Les 1 uit het handboek. Samuel kende geen angst. Handboek of niet.

Na het ontbijt tikte hij op het belletje op de receptie. Om zijn cover op te bouwen, deed hij zich voor als doorsnee toerist. Hij besefte dat zijn kleding eigenlijk te keurig was om voor toerist door te gaan, maar uit ervaring wist hij dat je als toerist het minste argwaan wekte. Bovendien droeg hij ook kostuums als hij echt op vakantie was. Zijn vrouw Liza had hem daar vaak genoeg mee uitgelachen. Met veertig graden was hij de enige bezoeker van het Colosseum in driedelig Hugo Boss. Samuel kon niet tegen alle naaktheid die samen scheen te horen met massatoerisme. Wit vlees dat boven broekbanden deinde, te strakke goedkope t-shirts met stompzinnige opschriften. Dikkige kleine meisjes met ‘hot girl’ op hun bolle buikjes, jongetjes van nog geen vijf met te veel gel in hun stekeltjes. Middelbare vrouwen op slippers met gele eeltvoeten en kalknagels. En iedereen behangen met de onvermijdelijke rugtassen, liefst op de buik gedragen. Samuel hield zich er met overgave verre van, maar om zijn vrouw een plezier te doen ging hij af en toe mee naar de ‘highlights’ om daarna weer snel de schaduw van een bar in te vluchten ver van de toeristische hordes.

De hoteleigenaar kwam achter een gordijn tevoorschijn. De man had de dienstverlenende glimlach op zijn gezicht gebeiteld staan, maar Samuel was op zijn hoede. De overheid zette vaak hun mannetjes neer in de hotels waar veel buitenlanders kwamen. Na het obligate welkomstwoord legde de man een papieren plattegrond op de balie. Vragend keek hij Samuel aan. ‘Waar wenst señor heen te gaan op deze prachtige dag?’. Samuel keek naar de kaart, ergens in het midden van het centrum was een uitkijktoren die vlakbij het adres stond waar hij zijn moest. Zo kon hij zonder verdacht te zijn een taxi vragen hem in die buurt af te zetten. ‘Hoeveel kost een toegangsticket?’, vroeg Samuel. ‘Gratis voor buitenlandse vrienden! Dit land is goedkoop, amigo, zolang je maar niet hier geboren bent!’. Samuel lachte met de man mee. Zijn bruine gebit verraadde een jarenlange verslaving aan de lokale tabak en zijn adem deed vermoeden dat de vijf permanent in zijn klok zat. ‘En gezelschap? Heeft señor gezelschap nodig? Een man alleen is ook maar niks en de vrouwen hier zijn de mooiste van de wereld. Bovendien: ook al niet duur voor onze buitenlandse vrienden!’, en de man knikte naar de serveerster van het ontbijt. Samuel voelde zich opgelaten. De vrouw keek hen ijzig aan en verdween in de keuken. Hij pakte de plattegrond van de balie en vouwde hem op. Het aanbod om een taxi voor hem te bellen sloeg hij af. Als de eigenaar inderdaad een spion was, had hij ongetwijfeld connecties in de taxiwereld. Nog zo’n handboekles: vertrouw niemand, en zeker niet de taxichauffeur.

WORDT VERVOLGD